Het wetsvoorstel Wegnemen notariskosten bij Algehele Gemeenschap van Goederen

Afbeeldingsresultaten voor terug naar af

Je zou kunnen denken dat onze overheid pas na veel nadenken en discussie komt tot het maken van wetgeving. Dat daar een langdurig proces aan voorafgaat. Een proces waar volksvertegenwoordigers, ambtenaren, belangengroeperingen en externe deskundigen bij betrokken worden. Dat na lange discussies en behandelingen in de Tweede en Eerste Kamer vele verstandige mensen voor of tegen stemmen en dat een wetsvoorstel uiteindelijk tot wet verheven wordt (of niet).

Bijvoorbeeld de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen. In het wetsvoorstel van 14 juli 2014 (geen sprake van over-één-nacht-ijs-gaan dus) is als strekking van het wetsvoorstel opgenomen:

Een beperkte gemeenschap van goederen wordt de nieuwe standaard van het huwelijksvermogensrecht. Enkel hetgeen de beide echtelieden gedurende het huwelijk hebben opgebouwd zal standaard in de gemeenschap vallen. Het voorhuwelijks vermogen, giften en erfenissen blijven voortaan privévermogen. Daarmee springt het wetsvoorstel in op een veranderende sociale werkelijkheid en sluit het wettelijk stelsel aan bij hetgeen – naar het oordeel van de initiatiefnemers – de meerderheid van de bevolking als wenselijk beschouwt en internationaal bezien meer gangbaar is. Wie niet wil administreren, hoeft dat niet te doen: het bewijsvermoeden voor de toewijzing van de goederen aan de gemeenschap springt dan in. Verder regelt het wetsvoorstel het verhaal van privéschuldeisers op gemeenschapsgoederen en de mate waarin ondernemingsvermogen van één van de echtgenoten in de gemeenschap valt. Tot slot wordt de interne draagplicht ter zake van schulden bij ontbinding van de gemeenschap aangepast, alsmede wordt het recht op terugneming bij faillissement van een van beide echtgenoten nader geregeld.”

Uiteindelijk is dit de kiem geweest van de wet (de beperking van de omvang van de gemeenschap tussen echtgenoten/geregistreerde partners) die op 1 januari 2018 in werking is getreden.

Hoe merkwaardig is het dan dat twee maanden na de inwerkingtreding van die wet Minister Dekker (Rechtsbescherming) komt met een nieuw wetsvoorstel: het wetsvoorstel “Wegnemen notariskosten bij Algehele Gemeenschap van Goederen“.

De strekking van het nieuwe wetsvoorstel is dat mensen die een algehele gemeenschap van goederen willen dat niet bij juridisch geschoolde adviseurs zoals notarissen moeten regelen maar bij een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Het is alsof je moet worden geopereerd in het JBZ en dat de man of vrouw die het gebruik van de parkeergarage in de gaten houdt ook maar meteen de operatie uitvoert. Is ook niet verstandig maar bespaart ook enorm veel kosten.

Het is mij volstrekt onduidelijk hoe je van “een veranderende sociale werkelijkheid en aansluiting bij hetgeen – naar het oordeel van de initiatiefnemers – de meerderheid van de bevolking als wenselijk beschouwt en internationaal bezien meer gangbaar is” in zo’n korte periode tot een rechtsfiguur (algehele gemeenschap van goederen) komt die helemaal terug in de tijd is en tot stand komt zonder degelijk advies. “Maar zo was het eerder ook automatisch als je ging trouwen en geen huwelijkse voorwaarden maakte” is geen goed argument.

Als je nu gaat trouwen dan ontstaat er een beperkte gemeenschap. Dat sluit aan bij de huidige wereld. Een wereld waar echtscheidingen niet geheel uitzonderlijk zijn. Dan is het merkwaardig om mogelijk te maken dat mensen kunnen kiezen voor een wereldvreemd instituut – zoals de algehele gemeenschap – zonder daar uitgebreid over geadviseerd te worden en daar lang over na te moeten denken.

Op de website van de KNB is te lezen dat de KNB het nieuwe wetsvoorstel onwenselijk vindt en dat zij haar best zal doen om de rechtsbescherming te waarborgen.

Een initiatief waar dit kantoor zich erg in kan vinden.

Denkt u ondertussen – voor de zekerheid – bij elke schenking en elk testament aan een privé-clausule?

Gerelateerde posts